Interview met ex-gedeputeerde Gelderland Co Verdaas


Co_Verdaas1Co Verdaas is sinds afgelopen voorjaar directeur van het Centre for Development and Innovation in Wageningen. Daarvoor was hij ruim vijf jaar Gedeputeerde Ruimtelijke Ordening in de Provincie Gelderland. Tussendoor was hij circa een maand staatssecretaris van Economische Zaken.

Verdaas: “Als gedeputeerde in Gelderland heb ik me druk gemaakt om ruimtelijke regie, inclusief overbewinkeling. Het onderwerp maakte toen deel uit van een bredere portefeuille. Dus ook bedrijventerreinen, woningbouwlocaties en dergelijke behoorden daartoe. Indertijd kreeg ik nogal eens het verwijt dat de provincie Gelderland te veel wilde regelen ten opzichte van gemeenten. Nu roept de markt juist om meer provinciale regie. Ik vind die constatering wel leuk.

Een wake-up call
Een simpele vraag aan gemeenten gaf een enorme dynamiek aan dit proces: wat heeft u allemaal in de pijplijn zitten aan ruimtelijke programma’s? Ik ging dat bij elkaar optellen en toen bleek dat er bijna 300% overcapaciteit was gepland. Gefeliciteerd beste gemeenten, u heeft het allemaal prima voor elkaar. Maar zullen we dan nu als provincie een beetje regie gaan voeren, of doen we nog steeds dubbel werk? Ook al was het nooit crisis geweest en hadden we groeicijfers van 10% per jaar gerealiseerd, dan hadden we nog veel te veel programma’s gehad voor bedrijventerreinen, woningbouwlocaties, kantoren en perifere detailhandel. Ergens tussen 2000 en 2008 is er een collectieve blinde vlek ontstaan, waarbij vrijwel niemand meer nadacht waar dat toe zou leiden. De crisis vanaf 2008 is voor veel gemeentebestuurders een zegen geweest. Zonder de crisis was ook allang duidelijk geweest dat we er met z’n allen een zooitje van hebben gemaakt. De gemeenten waren toch wel met lege kavels, lege panden en lege winkels blijven zitten. Nu kunnen ze de crisis ten minste de schuld geven. Wat ik vervolgens heel sterk vond van de gemeenten in Gelderland, is dat ze toen wel goede afspraken hebben gemaakt over bedrijventerreinen en dergelijke. Kennelijk heb je zo’n wake-up call nodig om weer normaal aan het werk te gaan.

Kantoren zijn anders dan detailhandel
Vanuit de historie hebben provincies een rol bij het bestemmen van bedrijventerreinen en woningbouwlocaties, en niet op de kantorenmarkt en de detailhandel. Je moet natuurlijk ook ergens beginnen. De kantorenmarkt heeft een andere structuur, en ik beweer ook dat de maatschappelijke opgave hier heel anders is. Niemand heeft er last van als er een paar kantoren leeg staan. Dat is echt een probleem van de markt, niet van de politiek. Dat verandert wel, nu de samenleving ook vraagt om transitie naar studentenwoningen of ruimtes voor startende ondernemers. Maar in hoofdzaak hebben vastgoedbeleggers en eigenaren heel veel verdiend in de tijden dat het goed ging, dus ik zie niet in waarom ze dan bij leegstand direct de overheid komen vertellen dat er een groot maatschappelijk probleem is. Laat ze eerst maar eens de helft afboeken en dan nog eens kijken of we met elkaar in gesprek moeten.

Perifere detailhandel heb je in vele soorten en maten. De crisis speelt een belangrijke rol bij omzetdalingen. Maar ook veranderingen in consumentengedrag spelen mee. Soms heb je te maken met ondernemers die gewoon lui zijn, die niet snappen welke keuzes consumenten vandaag de dag maken. Dat mag je ook wel eens zeggen vind ik. Er zijn aan de andere kant ook heel veel ondernemers die het juist nu heel goed doen, zelfs die nu juist een zaak beginnen.

Detailhandelsbeleid is veel complexer dan de manier waarop de overheid is omgegaan met bedrijventerreinen. Wat doe je in de binnenstad, wat doe je in de periferie, heb je innovatieve ondernemers, wat is je rol in de regio of in de provincie? Veel meer oorzaken en daarmee ook meer sturingsmogelijkheden voor de overheid lopen door elkaar heen. Voor een deel gaat het ook om platte belangen, of afscheid nemen van bepaalde locaties omdat die het nooit meer gaan worden. Winkelleegstand vraagt dus ook om een andere rol van de provincie. Het gaat in eerste instantie om bewustwording, en om regionaal maatwerk. De overheid heeft hier dan ook meer een rol als marktmeester, niet als regisseur. De markt kan het voor het grootste deel zelf doen.

De keerzijde van keuzes
Ontwikkelingen gaan snel, heel snel. Tot een jaar geleden kocht ik nooit wijn via internet, nu wel. Mijn vriendin koopt haar schoenen ook via internet. Zij en ik zijn zo ongeveer halverwege ons leven, bij jonge generaties gaat dit allemaal nog veel sneller. Daarmee durf ik de stelling wel aan dat die leegstaande winkelmeters nooit meer gevuld gaan worden. Op hetzelfde moment zijn er ook heel veel ondernemers die tegen alle trends in, gewoon bloeien en groeien , en ruimte nodig hebben om dat te kunnen blijven doen. Die veranderingen gaan heel snel en kun je niet sturen. Dat vraagt om een terughoudende overheid.

De politiek kan alle keuzes maken. Ik ben van de school dat je als bestuurder ook de keerzijde van keuzes moet kunnen laten zien. Maak dus inzichtelijk welke winst en welk verlies je neemt als je in deze tijden nog steeds winkels blijft bouwen in de periferie. Wat levert een nieuw winkelcentrum aan de rand op aan leegstand in de binnenstad? Het gaat er mij dus veel meer om dat je als politiek durft te zeggen dat je bereid bent een prijs te betalen voor de keuzes die je maakt. Niemand gelooft een wethouder die zegt dat leegstand alleen iets voor andere gemeenten is, of zegt dat nieuwe perifere detailhandel nog steeds nieuwe banen oplevert.

De reflex van politici is vaak dezelfde. Als een ondernemer met een goed plan komt waar een kaveltje voor nodig is, en dat levert op het eerste gezicht nieuwe banen op, dan zal iedere politicus daarin meegaan. Als je regionale belangen afweegt, helpt het enorm als er geloofwaardige ondernemers opstaan die vertellen dat deze ontwikkeling slecht is voor Ondernemend Nederland. Je geeft een politicus een ijzersterk alibi om ongewenste ontwikkelingen tegen te houden. Je kunt op deze manier natuurlijk niet zwakke broeders redden die toch al niet meer meekomen in de markt en onvoldoende in staat zijn om te vernieuwen. Om werkelijk iets te doen aan overbewinkeling is het meest krachtige als verenigde ondernemers zich roeren. Daarnaast zijn de gemeenteraden en de provinciale staten een belangrijk, democratisch gekozen, vertegenwoordiging die zijn ingesteld om afwegingen te maken die nodig en passend zijn.

De ladder van Verdaas
Ruimtelijke plannen worden vaak getoetst aan wat eerst de Zevensprong werd genoemd, of de ladder van Verdaas. Het is vooral een andere manier om naar ontwikkelingen te kijken. Verschillende dimensies van ruimtelijke ontwikkeling zet je hiermee in een samenhangend kader. Je zet alle plussen en minnen op een rij, wat zijn opties, wat zijn alternatieven? Hoe zit het met de bestaande leegstand? Hoeveel, waar, wat is de kwaliteit? Hebben we nog andere plekken in beeld? Kijk ook naar het lange termijn effect. Wat zijn trends in aankoopgedrag en bestedingspatronen? Waar gaan mensen op termijn heen? Is leegstand onvermijdelijk of onwenselijk? Deze gegevens zijn natuurlijk niet vrijblijvend, want je betrekt ze bij een transparante discussie over een besluit. Vervolgens moet de politiek keuzes maken. In Gelderland vonden we het dikwijls niet handig om nieuwe hallen in weilanden te bouwen, terwijl er op veel locaties al leegstand was. Soms gingen ondernemers dan toch naar een andere provincie. Oké, maar ook daar zou een soortgelijke discussie moeten plaatsvinden.

Spiegel van de samenleving
Veel mensen zijn tamelijk hypocriet. Waarom is er winkelleegstand? Omdat de klanten wegblijven en zaken verhuizen of failliet gaan. Ik koop sinds een jaar ook mijn wijn op internet. Dan kun je moeilijk gaan klagen over leegstand in de binnenstad. Veel van wat we in dorpen en steden zien gebeuren, begint met het eigen handelen van inwoners. Dat mogen we best wel eens hardop zeggen.

Ik heb als gedeputeerde meegemaakt dat ik mensen op bezoek kreeg die de ene week klaagden dat het zo lang duurde voordat hun moeder in een verzorgingstehuis kon worden opgenomen, omdat omwonenden bezwaar maakten tegen de bouw van dat huis. De volgende week kwam diezelfde bewoner bij mij klagen omdat er een opvang voor dak- en thuislozen zou worden gevestigd bij hem in de buurt. De politiek is de spiegel van de samenleving en die is ook rete-hypocriet.